Astore Ponytraining
Om over na te denken
Niets is altijd zo...

Deze wijsheid kreeg ik lang geleden aangereikt in een wat bovennatuurlijke sfeer. De zolderkamer was ingericht met Boeddha-beelden en natuursteen, een heus altaar, gedrappeerd met glinsterende stof en een schaal met kabbelend water. De geur van wierrook vulde de lucht. We hadden les in het leggen van de tarot, en onze lerares stelde, ernstig, beslist en op haast geheimzinnige toon: Niets is altijd zo. Kijk altijd naar de omstandigheden, het individu, de tijd, de plaats. Ga nooit blindelings af op wat je geleerd hebt, volg niet zomaar een leider, maar vertrouw op je gevoel.

Tarotkaarten leg ik nog maar heel zelden, maar deze wijsheid heb ik meegenomen in alles wat ik doe. Ook bij de paarden dus. Want wat wordt er veel beweerd in de paardenwereld, en wat zijn mensen vaak overtuigd van hun kennis, ervaring, hun eigen waarheid. Of je nu met topsporters praat, met recreatieruiters of natural trainers, iedereen heeft overtuigingen. Maar kloppen die wel? Is dat altijd zo? 

Op deze pagina vind je een aantal onderwerpen om over na te denken. Het zijn wat langere teksten, dus ga er even rustig voor zitten. 

Het Vluchtdier

Je hoeft maar een boek open te slaan of een website te openen op het gebied van Natural Horsemanship of je leest het: het paard is een vluchtdier! Bij gevaar gaat hij er onmiddellijk vandoor! Grote woorden, en door de voortdurende herhaling van dergelijke beweringen, lijkt het wel of het wel de waarheid moet zijn. Maar is dat ook zo?

Onlangs hoorde ik een bekende paardengoeroe beweren: “Het paard kent geen gradaties van angst. Hij is nooit 'een beetje bang'. Elke angst is doodsangst.” Een Franse paardenfluisteraar vertrouwde me tijdens een interview toe, dat paarden voortdurend in angst verkeren, net als vrouwen eigenlijk. En dat was waarom vrouwen zoveel beter met paarden konden omgaan. Ik heb het maar zo gelaten, hoe moet je daarop reageren? Ik werd hooguit een beetje bang van deze figuur. Net als paarden zijn wij vrouwen doorgaans allerminst 'constant bang'. Dat zou toch niet zo best voor je hart zijn. En ook heb ik geregeld een pony in handen die 'een beetje bang' is; schrikkerig, maar ook nieuwsgierig. Snuivend, maar niet vluchtend. Ik begrijp dan ook van geen van beide uitspraken hoe iemand tot zo'n stelling komt. 

Wat is er dan waar van de bewering "een paard is een vluchtdier"? 

Iedereen die al wat langer paardrijdt kan zich wel een keer herinneren dan haar paard schrok of ervandoor ging. De aanleiding kan voor ons onbenullig lijken: een opwaaiende plastic zak, een jogger of zelfs een ANWB-paddenstoel. We lachen er soms om, noemen ze woezels, bakkabouters of spoken. Soms noemen we de paarden aanstellers of denken zelfs dat ze het expres doen. Maar vergeet niet dat paarden de wereld anders waarnemen. Hun zintuigen zijn scherper, vooral hun gehoor en reukvermogen gaan dat van ons ver te boven. Regelmatig merkt een paard op een buitenrit een tegenligger op, ver voordat wij die zien. En ja, soms triggert dat hun vluchtinstinct. Als een tegenliggend paard in volle galop op je afkomt, kun je als paard maar beter het zekere voor het onzekere nemen en mee gaan; misschien wordt die ander wel achtervolgt door een grote hond of een ander gevaar.

Toch zullen de meeste paarden, en zeker de koudbloedige pony’s, niet zomaar als een kip zonder kop op hol slaan. Dat is veel gevaarlijker dan dat eventuele roofdier dat op de loer ligt. Een onbeheerste vlucht door een bos- of berggebied houdt altijd een risico op blessures in, en paarden zijn niet gek.

In de jaren tachtig van de vorige eeuw zijn in Mongolië de eerste groepen Przewalski-paarden opnieuw uitgezet in het wild. Deze dieren zijn de laatste echt wilde paarden, en verschillen op verscheidene vlakken van onze huispaarden. Zo hebben ze 66 chromosomen in plaats van 64, zoals onze paarden. Ook zijn hun hersenen anders: een deel dat verantwoordelijk is voor bepaalde gedragingen in het wild, zijn bij onze paarden onderontwikkeld. Naar deze wilde paarden is veel onderzoek gedaan. Een van de observaties die daarbij gedaan werd, is bijzonder interessant in dit opzicht. De natuurlijke vijand van dit paard is de wolf. Regelmatig worden met name de veulens gepakt door troepen wolven. Het interessante is, dat de kudde vaak juist niet op de vlucht slaat bij de nadering van wolven. In plaats daarvan vormen ze een verdediging. De merries met veulen gaan in een kring om de veulens staan . De hengst en de veulenloze merries cirkelen om de groep heen en trachten de aanval af te slaan. Niks vluchtgedrag dus. Dat zet de bewering dat het paard in de eerste plaats een vluchtdier is, behoorlijk op z’n kop… (Foto met toestemming overgenomen van de Stichting tot Behoud en ter Bescherming van het Przewalski Paard.)

Het lijkt er vooral op, dat het vluchtgedrag bij paarden sterk kan verschillen. Het ene paard is schrikachtiger en vluchteriger dan het andere. Voor een deel is dit terug te voeren op verschillen tussen rassen en hun oorspronkelijke leefgebied, maar ook de reactie van de mens, als die erbij betrokken is, heeft invloed. Wanneer de ruiter angstsignalen geeft – het aanknijpen van de benen, het korthouden van de teugels, al is het maar minimaal, is voor het paard vaak een extra aanleiding om te vluchten, terwijl een ruiter die ontspannen blijft dit gedrag juist kan verminderen. Natuurlijk kun je als mens niet alles voorkomen, heb die illusie niet, want een paard heeft uiteraard een eigen wil, een eigen idee en z’n eigen ervaringen. Maar het kan geen kwaad om voor jezelf eens na te gaan of jouw pony of paard nou wel in de eerste plaats dat vluchtdier is, of toch iets anders… 

De Baas

Een tweede stelling die breed gedragen wordt, is het idee dat een paard nogal hiërarchisch is ingesteld. Als jij de baas niet bent over je paard, dan gaat het paard de baas spelen over jou. Het woord baas wordt meestal vermeden; men spreekt van ‘leider’ en goed leiderschap. Een paard dat wat eigenwijs is, of minder geneigd zich te schikken, wordt al gauw 'dominant' genoemd. En wat zijn er dan toch reusachtig veel dominante paarden, die overigens in de kudde nauwelijks opvallen. 

De accenten verschillen. De ene ruiter wil altijd 100% de leider zijn, een ander neemt genoegen met 55% van de aandelen. Je hebt de echte vechters, die hun paard eronder houden, en zachtere types die ernaar streven om een leider te zijn op basis van vertrouwen. Maar wie durft het paard een stuk leiding te geven? En: is het paard wel zo rangorderig? Klopt het idee wel dat de kudde een ‘ladder’ is met bovenaan de dominante dieren en onderaan de stumpertjes? Of is het vooral onze eigen behoefte aan structuur die hier zichtbaar wordt?

 Het idee van de ladder komt uit de laat achttiende eeuw, en wel uit een Duits onderzoek… bij kippen. Dit model: de hoogste bovenaan, daaronder de rest, bleek ook goed toepasbaar op apen, en werd zo bij steeds meer diersoorten (en natuurlijk bij mensen) als model gebruikt. Er is echter een groot verschil. Bij veel (mens)apen en andere diersoorten is de hoeveelheid voedsel binnen het leefgebied beperkt. Om te voorkomen dat er steeds om elk stukje fruit gevochten wordt, is zo’n rangorde een goed middel. Kijken we nu naar het leven van grazers, dan valt op, dat ze geen territorium hebben, maar rondzwerven, en dat de voedselbronnen en andere hulpbronnen voor alle leden van een groep gelijk zijn. Geen paard jaagt een ander weg van het lekkerste plukje gras. Ook hier zit natuurlijk weer een nuance aan: wanneer na een lange stoffige dag op de prairie een waterbron wordt bereikt, is er wel een zekere volgorde waarin gedronken mag worden. Dit vind je ook terug wanneer je een groep paarden in een paddock zet en dan één emmer biks zou neerzetten… dat wordt knokken. Maar dit is geen bewijs van hiërarchie; je zou ook kunnen veronderstellen dat het vooral de paarden met de meeste honger zijn die het hardste vechten.

 Er is ook onderzoek gedaan naar andere aspecten van het samenzijn van paarden. En dan met name naar ‘wat houdt de kudde bijeen’? Welke rol spelen de verschillende paarden, wat zijn hun onderlinge verhoudingen, wat doen ze om deze te bevestigen? Dit blijkt, in elk geval voor de paarden zelf, een veel belangrijker deel van hun leven dan dominantie. Ze besteden veel meer tijd aan hun kroost en vrienden dan aan gesteggel over rangorde.

 Misschien zouden we ook als mensen wat meer kunnen focussen op de sociale relatie met onze paarden, en niet altijd op ‘de baas zijn’. Zoals met alles, kun je ook hierin je eigen nuance zoeken. Het is en blijft een lastig dilemma, zeker voor wie niet zo ‘bazig’ is aangelegd.

Het Prooidier

De derde bewering die het paard altijd over zich heen krijgt, is die van het "prooidier". Persoonlijk vind ik dit een nogal denigrerende term. Alsof een dier als enige kenmerk heeft, dat het eventueel opgegeten zou kunnen worden door vleeseters. Een roofdier moet wel 'roven' of op z'n minst de prooi van anderen afpakken, want anders gaat hij dood. (Tenzij je je in huis laat nemen door mensen natuurlijk). Maar voor een prooidier heeft het prooi zijn op zich geen levensvervullende functie. Om het wat duidelijker te maken: een volwassen konijn is een prooidier voor de vos, maar niet voor een wezel, een roofdier dat nauwelijks groter is dan een flinke muis. De wezel, als roofdier, is op zijn beurt dan wel weer een prooidier voor bijvoorbeeld roofvogels en katten. Beter is het dus om een paard aan te duiden als grazer of planteneter (herbivoor). 

In de praktijk blijkt het ook nogal mee te vallen voor het paard. Wanneer we weer terugkijken naar de Przewalski, dan blijkt dat die wolven de enige natuurlijke vijand zijn. Maar ook een hele troep kan een volwassen paard niet aan. Zij hebben het uitsluitend op de veulens gemunt. Het zou natuurlijk kunnen (ik heb daar geen observaties over gelezen) dat een oud of zeer verzwakt paard wel iets te vrezen heeft van de wolven, maar in het normale leven hoeven deze paarden voor zichzelf niets te vrezen. 

Alle andere wilde paarden die op dit moment in het wild rondzwerven, zijn nakomelingen van ooit ontsnapte of vrijgelaten huispaarden. En die blijken zelfs zo weinig natuurlijke vijanden te hebben, dat ze volgens de mensen die hen lang geleden in dat gebied hebben gebracht, een plaag zijn geworden. Neem nou Nieuw Zeeland, waar een verwoedde strijd heerst tussen landschapbeheerders en dierenvrienden. Het aantal wilde paarden in het Kaiwanawa gebied nam rap toe toen ze eenmaal beschermd werden. Maar de dieren hebben in die streken geen  enkele vijand en werden zodoende zelf een bedreiging voor de zeldzame vegetatie. Felle discussies over afschieten, wegvangen en vormen van geboortebeperking kenmerken nog steeds de controverse over deze wilde paarden. Maar ook andere groepen wilde paarden, zoals de Amerikaanse Mustangs, de Australische Brumbies en de Sorraia in Portugal, worden niet of nauwelijks bejaagd door roofdieren. Ook half-wilde paarden, zoals de Camargue en de New Forest, en paarden in begrazingen, hebben niets te vrezen van roofdieren. De benaming 'prooidier' is hier dus niet van toepassing. (foto: wilde Mustangs, Jaime Jackson, gebruikt met toestemming)

We hoeven maar een kleine sprong te maken naar een paardachtige voor wie dit wel opgaat: de zebra. In het leefgebied van deze dieren vinden we diverse gevaarlijke rovers, van leeuwen en luipaarden tot krokodillen. Maar zebra's zijn geen paarden, net zo min als ezels dat zijn. Ze zijn weliswaar zo aan elkaar verwant dat je ze kunt kruisen en dit levert gezonde veulens op; maar deze kruisingen zijn zelf niet vruchtbaar. 

De bewering "het paard is een prooidier" heeft dus in de praktijk nauwelijks enige betekenis. 

De mens als roofdier

In één adem met de bewering "het paard is een prooidier" wordt ook bijna altijd gesteld dat de mens een roofdier is. Maar ook dit is maar half-waar. De meeste mensen eten weliswaar vlees, maar niet uitsluitend. Mensen zijn dus geen carnivoren, zoals katten en honden, maar omnivoren, ofwel alleseters. Het feit dat vegetariërs een langere levensverwachting hebben dan mensen met een vleesrijk dieet, bewijst dat we alles behalve pure roofdieren zijn. 

Als wij dan qua voedsel geen pure roofdieren zijn, zijn we dat dan wel in ons gedrag? Ook die bewering houdt nauwelijks stand. Roofdieren verschillen zo enorm in hun manieren van jagen, dat er altijd wel overeenkomsten en verschillen te vinden zijn. De enige overeenkomst tussen jagers die op de loer liggen om toe te slaan, achter andere dieren aanjagen, gif spuiten, vallen zetten of hinderlagen opzetten, is dat ze het doden van anderen tot (noodzakelijk) levensdoel hebben verheven. En je hebt wel een heel pessimistische kijk op mensen als je denkt dat dat ook onze grootste drijfveer is. 

Voor mij persoonlijk is het wel duidelijk. Al sinds mijn zevende levensjaar ben ik vegetariër. Om een "roofdier" genoemd te worden, vind ik dan ook vreemd en misschien zelfs wat beledigend.