Astore Ponytraining
ERNSTIGE HOEFZIEKTE
Wat is HWSD

DEZE PAGINA IS NOG IN BEWERKING; ER KOMEN NOG FOTO'S BIJ EN MEER INFO. TOCH HEB IK 'M ALVAST GEPLAATST OMDAT DE INFO ZO BELANGRIJK IS.


HWSD of wel Hoof Wall Separation Disease is een aangeboren hoefziekte die voorkomt onder Connemara pony's. Het is erfelijk en ongeneeslijk. Toch is er geen reden tot wanhoop: het is tegenwoordig heel eenvoudig om te voorkomen dat een veulen deze ziekte zal krijgen, door verstandig te fokken. Op deze pagina vind je heel veel info. Te zijner tijd zal dit verplaatst worden naar een eigen website, maar voor nu komt het op de Astore site. Mijn pony Flynn leed aan deze ziekte. Nu ik dit schrijf, is ze overleden aan de gevolgen ervan. We hebben vele jaren gevochten tegen de ziekte, en Flynn was de dapperste pony die ik ooit gekend heb. Voor haar is het te laat.

Met deze pagina wil ik graag mijn steentje bijdragen om fokkers te helpen verantwoorde keuzes te maken. Tevens help ik graag  eigenaren van getroffen pony's door mijn ervaringen en die van anderen te delen.

 


 

Wat gebeurt er in de hoef?

Hoofwall Separation Disease (HWSD) is zoals gezegd een erfelijke aandoening. Kort gezegd komt het erop neer dat de hoefwand, de buitenste laag van de hoef, onder bepaalde omstandigheden loslaat. De verbinding tussen de hoefwand en de rest van de hoef is door een genetische afwijking niet zo stabiel als in een gezonde hoef. Hele brokken, tot wel halverwege de hoef, kunnen losraken en afbreken. Vooralsnog is er geen geneesmiddel, en wanneer je pony deze akelige ziekte heeft, betekent dit dat je de moeilijke taak hebt om de voeten goed te houden. In veel gevallen worden dergelijke pony’s, soms al heel jong, ingeslapen. Eenvoudig omdat ze continu pijn hebben of zelfs niet meer op hun hoeven willen staan. Het lijkt erop of er verschillende gradaties van de ziekte bestaan: bij sommige veulens is het zodanig ernstig dat ze nog voor het afspenen worden geëuthanaseerd. Andere pony’s hebben veel minder ernstige symptomen en groeien uit tot volwassen pony’s waarbij de aandoening hanteerbaar is.

 

Nat en droog

Uit ervaringen van eigenaren met aangetaste pony’s blijkt, dat het de overgang van droog naar nat of andersom is, die de problemen veroorzaakt. Ierse pony’s in Connemara zelf die altijd buiten gehouden worden, hoeven er geen last van te hebben: hun hoeven zijn door het moerasachtige gebied waarin de leven, altijd vochtig. Ook een pony die in een altijd droog klimaat leeft, hoeft geen symptomen te hebben: de hoeven blijven bij elkaar. Tot het moment dat de omstandigheden veranderen… een middag op een natte wei of in een droge stal kan de aanleiding zijn tot het totaal uiteenvallen van de hoeven…

 

Onderhoud en behandeling

Er is (nog) geen geneesmiddel voor deze ziekte. Wel kun je een aantal dingen doen om de conditie hanteerbaar te maken. Verschillende hoefsmeden (met name Ray Knight, Tom Ryan, ea.) hebben geëxperimenteerd met diverse producten om de minder ernstig getroffen pony’s mobiel te houden. Gewone ijzers zijn vaak niet te bevestigen of maken de zaak alleen maar erger. Plakijzers, diverse producten om de kapotte hoefwand op te vullen en andere middelen hebben hier en daar succes. In Nederland (vlakke bodem, weinig stenig) kun je bijna altijd zonder ijzers, en in elk geval in Flynns geval blijkt nauwgezet en vakkundig bekappen de beste optie. Hierbij zorgen we ervoor, dat de hoefwand geen gewicht draagt en de grond niet raakt. In de zool is een harde rand ontstaan die als het ware de functie van de hoefwand heeft overgenomen. Wanneer ze gevoelig loopt, gebruiken we hoefschoenen. Of dit ook voor andere pony’s de beste oplossing is, kun je zo niet zeggen.

 

Supplementen en een goede huisvesting zijn een andere manier om de conditie te verbeteren. Supplementen kunnen de hoefwand versterken (althans, dat belooft het etiket) en het spreekt voor zich dat een schone stal, veel vrije beweging, buitenlucht, paardengezelschap en andere omstandigheden het welzijn van alle paarden bevordert, en dit lijkt ook invloed te hebben op de hoeven. Met voldoende beweging (weidegang!) bevorder je de bloedsomloop en daarmee onder andere de hoefgroei.

 

Mocht je onverhoopt met deze ziekte te maken krijgen, is het vooral aan te raden goed te kijken naar wat voor deze pony werkt. Er is geen “recept”.

 

Hoe voorkom je een veulen met HWSD?

 

HWSD is, zoals gezegd, erfelijk. Een verkeerd gen is er de oorzaak van, dat de verbinding in de hoefwand niet goed wordt aangemaakt. Een deel van de Connemara-pony’s heeft dit gen bij zich. Toch worden ze lang niet allemaal ziek. Je hebt namelijk twee exemplaren nodig van dit gen, om de ziekte te krijgen. (Eén van de vader en één van de moeder). Heb je er er maar één, dan is is je pony normaal en heeft geen ziekteverschijnselen. We noemen zo’n pony een DRAGER. Een zieke pony daarentegen, heeft twee “verkeerde genen”: dit noemen we een LIJDER. In de test wordt hiernaar gekeken: heeft deze pony geen HWSD-gen (N/N, vrij), is hij drager (HWSD/N) of lijder (HWSD/HWSD) ?

 

Om te begrijpen hoe dit zit, moet je weten dat alle genen in paren van twee voorkomen. Genen zijn de dragers van alle erfelijke informatie: van vachtkleur tot springvermogen en alles wat verder bij geboorte aanwezig is. Het paar genen bepaalt samen de uitkomst voor een bepaalde eigenschap. Aan een nakomeling wordt één gen van het paar doorgegeven, het andere gen krijgt het veulen van de andere ouder.

 

Op het moment dat vader en moeder het HWSD-gen dragen, kunnen ze dit allebei tegelijk doorgeven, en kan er een ziek veulen geboren worden. Wanneer je twee dieren kruist en je weet of ze het gen dragen of niet, kun je uitrekenen hoe groot het risico is. De ziekte is ernstig en leidt in veel gevallen tot de vroegtijdige dood van een pony. Zelfs wanneer de ziekte “mild” is, kan de pony niet altijd bereden worden. Het advies is daarom om alleen te kiezen voor een kruising zonder risico.

 

Hieronder gaan we de verschillende scenario’s bespreken. Wil je meer weten over de achtergrond, en hoe de genetica werkt, kun je de bijlage “genetica” lezen. Zeker ook interessant voor fokkers die bijvoorbeeld willen weten hoe het nou met kleurvererving zit – een heel wat luchtiger onderwerp.

 

 

   Stel je eens voor dat je op straat een loterij wordt aangeboden. Er zitten honderd lootjes in een bak;

   als je een lootje trekt, krijg je een euro. Je mag er zoveel trekken als je wilt. Maar… er zit één lot in

   met een doodshoofdje erop. Trek je dat, dan wordt je pony ter plekke neergeschoten…

   Zou je het risico nemen? Tegen welke prijs zou je ja zeggen? 1000 euro per lot? Een miljoen?

   En wat nou als je door een klein bedrag te betalen, het doodshoofdje uit de bak kon laten verwijderen?

 

 

Misschien denk je nu: nou, simpel: alle pony’s die drager zijn gewoon uitsluiten van de fok en dan is het probleem ook opgelost! Dit is echter geen goede oplossing. Het Connemara stamboek heeft maar een kleine basis: alle onze pony’s stammen af van dezelfde, kleine groep goedgekeurde pony’s uit de begintijd. Juist doordat die groep klein is, en sommige hengsten grote invloed hebben gehad, kon het zieke gen zo vaak doorgegeven worden. Zouden we nu pony’s eruit gaan gooien, dan wordt de genenpool nog kleiner, en zullen er weer andere problemen ontstaan: je zou kunnen zeggen dat dit een inteeltprobleem is. Geleidelijk de ziekte uit het ras fokken, door steeds voor veilige kruisingen te kiezen, is onze beste optie. Hoe we dat kunnen doen, zie je in het volgende overzicht.

 

Overzicht: wat is een veilige kruising?

 Om onderstaand overzicht te begrijpen moet je weten dat elk veulen van beide ouders een gen meekrijgt dat "fout" (HWSD) of "goed" (N) kan zijn. Alleen als het veuilen van beide ouders een "fout" gen meekrijgt, is het ziek. Er zijn dus steeds vier combinaties van genen mogelijk, vandaar dat er vier veulens (mogelijkheden) in het schema staan. Meer uitleg over hoe dit precies weerkt, wat een gen nu precies is en hoe genetica in elkaar zit, vind je verderop.   

Situatie 1: N/N (vrij) x N/N (vrij) - Veilig

Merrie en hengst hebben beide geen HWSD gen en kunnen dit dus ook niet doorgeven. Alle veulens zijn eveneens vrij. Deze kruising geeft uiteraard geen problemen.

  X

veulens:

 

N/N                                   N/N                                 N/N                                  N/N

 

 

Situatie 2: VRIJ x DRAGER (VEILIG)

N/N (vrij) x HWSD/N (drager)

Pony 1 is N/N (vrij van het gen), pony 2 is drager. Het maakt natuurlijk niet uit of dit de hengst of de merrie is. Omdat pony 2 drager is, kan deze zowel een "fout" als een "goed" gen doorgeven. Maar dat maakt niet uit: Pony 1 geeft altijd een "goed" gen door. De helft  veulens zal drager zijn (maar gezond) en de andere helft N/N. Ook deze kruising geeft geen problemen.Wel is het belangrijk veulens uit deze paring te testen indien er mee gefokt gaat worden.

 

veulens:

                

N/N                                      N/HWSD                                 N/HWSD                                  N/N

 

 

 


Situatie 3: LIJDER X VRIJ (VEILIG)

HWSD/HWSD (lijder) x N/N (vrij)

Wanneer bij een HWSD-pony een milde variant van de ziekte heeft, is het mogelijk ermee te fokken. Bij hengsten zal dit natuurlijk makkelijker zijn en minder risico voor de pony zelf met zich meedragen dan bij merries. Kies in dit geval uitsluitend voor een N/N partner! Alle veulens uit deze combinatie zijn dragers, maar geen enkel veulen zal aan HWSD lijden. Deze kruising is dus veilig!

  X

veulens:

   

HWSD/N                          HWSD/N                           HWSD/N                          HWSD/N


 

Situatie 4: DRAGER x DRAGER (RISICO 25%!)

Beide ouders zijn gezond, maar dragen het HWSD gen. Wanneer je hiervan niet op de hoogte bent, kun je voor een onaangename verrassing komen te staan.  NIET doen dus!

 

Merrie:                                   Hengst:

 

 

               
               

 

 

 

        

 

     Veulens:

 

 1                     2                        3                      4

 

 

                               
                               

 

 

 

 

1 op 4 veulens heeft de aandoening is is dus lijder. Alleen door te testen (of door kennis uit eerdere ervaring) kun je deze combinatie uitsluiten. Dit is de situatie waaruit Flynn is ontstaan.

 

 

Opvallend, en voor sommigen misschien verrassend, is dus dat een aangetaste ouder in combinatie met een vrije partner, UITSLUITEND gezonde veulens krijgen, terwijl twee ogenschijnlijk gezonde pony’s, die (ongemerkt) drager zijn, 25 % aangetaste veulens geven!

 

 


Situatie 5: LIJDER X DRAGER (RISICO 50%!)

Een van de ouders is lijder, de andere drager. Opnieuw een combinatie met risico.

 

 

 

Merrie:                                   Hengst:

 

 

               
               

 

 

 

 

 

         Veulens:

 

 1                     2                        3                      4

 

 

                               
                               

 

 

 

 

De helft van de veulens uit deze combinatie is aangetast, de andere helft drager. Geen fijn vooruitzicht, NIET doen dus!

 

Situatie 6 : LIJDER x LIJDER (ALTIJD PRIJS)

Wanneer je voorgaande begrijpt, is het logisch dat deze combinatie absoluut taboe is. Beide ouders hebben tweemaal het gen, het zit dus altijd in alle ei- en zaadcellen, en de veulens zullen dus allemaal een dubbele portie krijgen.

 

 

Merrie:                                   Hengst:

 

 

               
               

 

 

 

 

 

        Veulens:

 

 1                     2                        3                      4

 

 

                               
                               

 

 

 

 

Alle veulens uit deze combinatie zijn ziek. En degene die dit willens en wetens laat gebeuren ook. Niet doen. Echt niet doen.


ADVIES

Uit bovenstaande grafiekjes blijkt, dat het voorkomen van een ziek veulen heel eenvoudig is: Laat je pony testen.

 

Voor hengstenhouders:

Laat je hengst testen. Wees eerlijk en maak de status openbaar. Is hij drager of zelfs lijder? Neem geen rigoureuze besluiten zoals castratie; met beleid kan hij nog steeds een waardevolle bijdrage aan het ras leveren. Laat hem echter uitsluitend VRIJE merries dekken. Wees er zeker van de de eigenaren van merries die ter dekking komen, op de hoogte zijn van de situatie. Neem je verantwoordelijkheid in het voorkomen van aangetaste pony’s. Niet alleen voor de veulens en de merriehouder, maar ook om je eigen goede naam te beschermen.

 

Voor merriehouders:

Laat je merrie testen voor je haar laat dekken. Heeft ze geen HWSD gen? Dan kun je elke hengst kiezen die je vindt passen. Natuurlijk is het wel goed om te weten wat de status van de hengst is, om in te kunnen schatten of het veulen risico loopt om drager te worden. Dit is weer van belang voor de volgende generatie. Vraag hier dus altijd naar, zodat je weet waar je aan toe bent. Maar laat je niet weerhouden om een goede, passende hengst te kiezen, alleen maar omdat hij drager is. Dat is niet nodig, het veulen zal gewoon gezond zijn.

 

Is je merrie drager? Kies dan een hengst die getest is en vrij van het HWSD gen. Al je veulens zullen gezond zijn, maar de helft zal drager zijn, dus goed om ook die te laten testen.

 

Is je merrie lijder, denk dan goed na of je haar wilt laten dekken; zolang de ziekte niet al te heftig is, is er geen bezwaar, maar heb je twijfels, is ze vaak (ernstig) kreupel, doe het dan liever niet. Het risico dat je haar moet laten inslapen terwijl ze drachtig is, of wanneer het veulen nog te jong is om af te spenen, is in dat geval te groot.

 

Ook nog belangrijk om je te realiseren: wanneer je een veulen fokt uit een vrije merrie en hengst, is het veulen automatisch vrij en hoef je dit dier dus niet te testen. Is een van de ouders echter drager of lijder, is het van belang de nakomeling te testen zodra je hem of haar wilt gaan inzetten voor de fok!

 

 

Genetica en achtergrond

 

Om goed te begrijpen hoe het kan dat de ene pony HWSD heeft en een volle broer of zus nergens last van heeft, is het belangrijk om te begrijpen onder welke omstandigheden de ziekte zich openbaart. Dit heeft alles te maken met de genetische aanleg.

 

Het ontstaan van een nieuw leven

Om zwanger te raken, moet een vrouwelijk dier (of mens) bevrucht worden. Dit zal voor niemand nieuws zijn. J Een lading zaadcellen komt bij de vrouw / merrie binnen, al dan niet kunstmatig, en een van die zaadcellen bevrucht de eicel, wat het begin is van een nieuw leven. Dit vruchtbeginsel is een enkele cel, die zich vervolgens begint te delen en binnen afzienbare tijd uitgroeit tot een volledig levend wezen. Voor het verdere verhaal beperk ik me tot de pony, maar het gaat natuurlijk evenzeer op voor alle andere dieren en mensen.

 

Dit nieuwe leventje lijkt vanzelfsprekend op de ouders: het krijgt eigenschappen mee van vader en moeder. Dat is de reden dat we voor onze ponymerrie een hengst zoeken die eigenschappen heeft die wij graag terugzien in het veulen. Deze eigenschappen liggen al vast in die ene eicel en zaadcel.

 

Chromosomen en genen

Elke cel in een lichaam heeft dezelfde erfelijke eigenschappen, die zijn vastgelegd op de CHROMOSOMEN. Dit zijn lange slierten aaneengeregen GENEN. Je zou kunnen zeggen dat een chromosoom een ketting of snoer is, en de genen de kralen aan dit snoer. Deze kettingen zijn door alle cellen in het lichaam gekopieerd van het allereerste begin: die ene eicel en die ene zaadcel. De genen vormen tezamen als het ware een bouwtekening waarop het levende wezen opgebouwd wordt.

Chromosomen met hun genen zijn gerangschikt in paren van twee met dezelfde mogelijke eigenschappen, maar deze eigenschappen hebben verschillende variaties. Zo zijn er genen die de schofthoogte bepalen, de vachtkleur of de aanleg tot springen en tal van andere karakteristieken. Sommige eigenschappen zijn het gevolg van het samenspel tussen meerdere genen, andere worden bepaald door de aanwezigheid (of afwezigheid) van een enkel gen.

 

Wij mensen hebben 23 paar chromosomen, paarden hebben 32 paar (totaal dus 64). Is het aantal chromosomen (kettingen) nog overzichtelijk, anders wordt dit wanneer we kijken naar het aantal genen (kralen): dit zijn er ongeveer 3 miljard!

 

De enige cellen die afwijken, zijn de geslachtscellen (ei- en zaadcellen): deze hebben slechts het halve aantal chromosomen. Op het moment dat deze cellen samenkomen, heeft het veulentje in wording dus weer het normale aantal van 64 chromosomen: 32 van pa en 32 van ma.

 

Nu hebben de genen op de chromosomen weliswaar dezelfde functie: welke kleur wordt de vacht bijvoorbeeld, maar beide chromosomen bevatten wel verschillende varianten van een gen. Deze varianten worden ALELLEN genoemd: je zou kunnen zeggen dat bij de ene pony op dezelfde plaats op de ketting een blauwe kraal zit, en bij de andere een rode of een groene.

 

Recessief en Dominant

Stel je voor dat een bepaald gen de eigenschap “vachtkleur” bepaald. (In werkelijkheid is dit een samenspel van verschillende genen, maar we houden het hier even heel simpel). Stel dat een blauwe kraal betekent: “word zwart” en een rode: “word vos”.

 

Als een veulen twee blauwe kralen krijgt: een van vader en een van moeder, dan is het duidelijk: het veulen wordt zwart. Krijgt het twee rode kralen, dan wordt het vos. Maar wat nu als het een rode en een blauwe kraal erft? In dat geval is er meestal een van de twee die DOMINANT is. Het andere gen noemen we dan RECESSIEF. In het geval van zwart en vos, is zwart dominant. Een pony met eenmaal een blauwe kraal, wordt net zo zwart als een veulen met twee blauwe kralen. Alleen wanneer er twee rode kralen zijn, komt er een vosje tevoorschijn.

 

[NB Wanneer je meer wilt weten over de vererving van vachtkleuren, zijn er verschillende sites waar je meer informatie kunt vinden. Het is een boeiend, maar complex onderwerp waar we hier verder niet op ingaan. Het wordt zelfs nog interessanter als je meer wilt weten over de vererving van de gewilde valkkleur en het verband met de vaak minder gewenste BEC/cremello-kleur!]

 

Homozygoot en heterozygoot

Wanneer we gaan kijken naar vererving – dus wat geeft een pony door aan het nageslacht – is het van belang welke eigenschappen aanwezig zijn. In ons voorbeeld met de blauwe kraal voor zwart en de rode kraal voor vos, zijn er drie mogelijkheden:

 

  • De pony heeft twee blauwe kralen (en is dus zwart)
  • De pony heeft twee rode kralen (en is dus vos)
  • De pony heeft een rode en een blauwe kraal (en is dus zwart, want zwart is immers dominant)

 

De eerste twee pony’s, met twee dezelfde kralen, noemen we HOMOZYGOOT  voor deze eigenschap (homo = gelijk, hetzelfde) en de laatste HETEROZYGOOT (hetero = verschillend).

 

Fenotype en genotype

Een pony met een blauwe en een rode kraal, (heterozygoot op deze eigenschap) wordt dus zwart in ons voorbeeld. Dit noemen we het FENOTYPE: dat wat je aan de buitenkant kunt zien. Maar nu komt het grappige: dit dier heeft OOK een eigenschap voor de voskleur, wat je niet zomaar kunt zien. De genetische aanleg noem je het GENOTYPE.

 

Stel je even voor dat je twee pony’s hebt, die beide zwart van kleur zijn. Maar beide pony’s hebben naast de blauwe kraal die hen de zwarte kleur geeft, ook een rode kraal voor vos, die je niet aan de buitenkant kunt zien. Wanneer de dieren nu geslachtscellen aanmaken, komt maar de helft van de eigenschappen in de geslachtscel terecht. Er zijn dan dus evenveel eicellen en zaadcellen met rode, als met blauwe kralen. Hieruit volgt dat, wanneer je deze dieren kruist, er vier mogelijkheden zijn:

 

  • Het veulen krijgt van beide ouders een blauwe kraal
  • Het veulen krijgt een blauwe kraal van vader en een rode van moeder
  • Het veulen krijgt een rode kraal van vader en een blauwe van moeder
  • Het veulen krijgt van beide ouders een rode kraal

 

De eerste drie veulens zullen zwart zijn, maar het laatste veulen is een vosje! Dat had je wellicht niet verwacht uit twee zwarte ouders. J

Wat ook logisch is: wanneer een van deze twee pony’s homozygoot is voor de eigenschap “word zwart” zal hij of zij altijd een blauwe kraal doorgeven: alle nakomelingen zijn dus zwart!

 

Nogmaals, dit is een versimpelde versie: er zijn nog andere factoren die invloed hebben op de kleur, zoals bruin (zwart, maar de kleur wordt teruggedrongen naar manen en staart), verdunning (de kleur wordt lichter, zoals valk, smokey en palomino) schimmel (elke kleur “verdwijnt” op den duur) en bont, appaloosa enz.

 

 

Samenvatting van de begrippen

 

Chromosomen: de kettingen waarop de erfelijke eigenschappen liggen. Komen voor in paren, aanwezig in elke cel. Het paard heeft 32 paar chromosomen.

 

Genen: de kralen op de ketting. Deze bepalen alle eigenschappen van een levend wezen.

 

Alellen: de verschillende varianten van een eigenschap, bv. zwart, vos, bruin, schimmel. 

 

Dominant gen: het gen dat zijn aanwezigheid altijd laat gelden

 

Recessief gen: het gen dat alleen zichtbaar is als er geen dominant gen aanwezig is

 

Homozygoot: heeft tweemaal het gen voor een bepaalde eigenschap

 

Heterozygoot: heeft eenmaal het gen voor een bepaalde eigenschap.

 

Fenotype: wat we aan de buitenkant zien

 

Genotype: wat erfelijk aanwezig is en kan worden doorgegeven.

 


 


 

HWSD: een genetische mutatie

 

Ergens, waarschijnlijk al voor het Connemara Pony Stamboek in Ierland werd opgericht, is er iets mis gegaan, waarschijnlijk zelfs maar bij één enkele pony. Er is een gen gemuteerd, dat wil zeggen: veranderd. Mutaties zijn niets bijzonders, ze komen veel voor en vormen de drijvende kracht achter de evolutie: wanneer een bepaalde verandering gunstig is, hebben dieren met deze afwijking betere kansen, meer nageslacht en zo verandert heel langzaam het “bouwpakket” van een soort. Het feit dat een niet-gunstige mutatie zoals HWSD zich zo kan voortplanten, is de invloed van de mens. Door ons selectieve fokken binnen een kleine groep dieren, bepalen we in hoge mate de “evolutie” van een soort of ras. HWSD en andere gebreken zijn het onbedoelde neveneffect van dit fokbeleid.

 

 

Fun fact:

Niet alleen HWSD is waarschijnlijk afkomstig van een enkele pony: er zijn ook sterke aanwijzingen dat het schimmelgen bij één paard is ontstaan, evenals een groot deel van de aanleg voor “extra” gangen als tölt bij de IJslander. En ook leuk: het gen dat Engels Volbloeds supersnel maakt, blijkt afkomstig van een inheemse Britse pony, en dit gen vinden we ook veel onder … Shetlanders!

 

 

Ons probleem, het HWSD-gen, is dus een mutatie die invloed heeft op de “lijm” van de hoefwand. Dit gen is recessief. Dat wil dus zeggen dat er twee kopieën van dit gen nodig zijn om de ziekte tot uiting te laten komen. Dit is zowel een geluk als een ongeluk te noemen. Zou het dominant zijn, dan was het waarschijnlijk snel ontdekt: hee, die pony heeft slechte voeten, daar fokken we niet mee verder. Of wellicht had de oorspronkelijke mutatie ervoor gezorgd dat die pony was overleden voor hij of zij zich kon voortplanten. Aan de andere kant: wanneer een pony slechts eenmaal het gen bij zich draagt, heeft hij nergens last van. Het gen heeft geen andere invloed, goed of slecht. Op geen enkele wijze is hij (fenotypisch, dus aan de buitenkant) te onderscheiden van een pony die het gen niet heeft. Dat is ook de reden dat veel mensen voor een raadsel stonden: hoe kon een veulen zulke beroerde voeten hebben uit twee prima ouders?

 

En hier zit dus de kern van ons probleem. Want inderdaad kan er een HWSD-veulen geboren worden uit twee schijnbaar volkomen normale pony’s. Maar door te testen kunnen we achterhalen of een pony drager is, en de juiste keuze maken in ons fokbeleid, zonder er geen veulen met HWSD meer geboren wordt.

 

 

Not-so-fun-fact:

We zijn bepaald niet de enigen met een erfelijk probleem binnen een favoriet ras. Zo kampen Quarter Horses soms met de spierziekte HYPP, kan de kruising van twee Overo-Painthorses een spierwit veulen geven dat binnen enkele dagen sterft (lethal white), vind je bij Friezen problemen met oa. dwerggroei en een waterhoofd en sterven sommige Fellpony veulens aan het Fell Pony Foal Syndrom. Veel minder, nu er massaal getest wordt…  Bij het KWPN-stamboek wordt momenteel onderzoek gedaan naar de erfelijkheid van oa. osteochondrose. Sommige van deze problemen vererven volgens dezelfde principes als HWSD.

 

 

 Aanvullende informatie

 

Voor meer informatie over HWSD kun je kijken op:

www.connemara-pony.blogspot.nl

hier vind je al het laatste nieuws.

 

wil je testen, kijk dan op:

www.vgl.ucdavis.edu/services/HoofWallDisease.php

 

voor meer (aangrijpende) ervaringsverhalen zijn de posters, gemaakt voor een bijeenkomst in Clifden, een aanrader:

http://connemara-pony.blogspot.nl/p/posters-from-clifden-meeting-owners-of.html

 

een goed artikel over het onderzoek (toen nog in volle gang)

http://horsetalk.co.nz/2012/08/03/genetic-cause-confirmed-hoof-syndrome-connemaras

 

Op Facebook is een groep opgericht rond dit onderwerp:

www.facebook.com/groups/HWSD.Hoof.Wall.Separation.Disease

hier vind je discissies, ervaringen en status updates met testuitslagen.